Op 9 en 10 december 2017 organiseerde de Unie van Marokkaanse Moslimorganisaties in Nederland (UMMON) in Amsterdam het congres ‘De rol van interreligieuze samenwerking in Nederland’. In het Novotel in Amsterdam waren een groot aantal vertegenwoordigers van landelijke en plaatselijke interreligieuze initiatieven bijeen om te kijken naar de toekomst van dialoog en samenwerking.

Tal van deelonderwerpen kwamen aan de orde. Wat is interreligieuze dialoog, wat is het belang ervan en wat zijn de voorwaarden ervoor? Hoe verhoudt het landelijke en lokale perspectief zich tot elkaar? Hoe gaan we in onze samenwerking om met internationale incidenten en ander heikele kwesties in de maatschappelijke context? Hoe en op welke manier betrekken we de media en hoe bereiken we jongeren? Wat is mijn eigen rol en wat zijn best practices?

Waarom dit congres?
Vrijwel alle religies en levensbeschouwingen worden in de huidige samenleving geconfronteerd met ernstige en verontrustende ontwikkelingen zoals terreur, toename van discriminatie, racisme, haat en onverdraagzaamheid. De vraag die door de religies en levensbeschouwingen beantwoord moet worden is wat hun bijdrage kan zijn aan het bestrijden van deze trends.

Religies en levensbeschouwingen roepen op verdraagzaamheid en pleiten ervoor dat mensen in vrede met elkaar kunnen leven. Toch wordt van religies en levensbeschouwingen in Nederland nu gevraagd hun collectieve gewicht in de schaal te leggen om de samenleving tegen deze ongewenste maatschappelijke ontwikkelingen te beschermen. De eerste stap die moet worden gezet is het wegnemen van het idee dat religie de bron is van alle conflicten die in de samenleving kunnen ontstaan.

Er bestaat al een dialoog tussen religies in Nederland, maar de verharding die de Nederlandse samenleving meemaakt, vraagt van alle religies en levensbeschouwingen om – in samenwerking met elkaar – meer bij te dragen aan de opbouw van een veilige toekomst voor de komende generaties. Het congres Interreligieuze Dialoog wil een basis leggen voor meer dialoog en meer samenwerking tussen verschillende religies en levensbeschouwingen in de Nederlandse samenleving.

Het thema van het congres is dus niet nieuw. Wat wel nieuw is, is de nadruk op de noodzaak om structuur te geven aan de dialoog die reeds bestaat. De UMMON is er van overtuigd dat meer en beter georganiseerde dialoog nu urgenter is dan ooit, vooral in het huidige digitale tijdperk, waarin men gemakkelijk geïsoleerd en vervreemd raakt en de (mede)menselijkheid uit het oog dreigt te verliezen.

Hoe verhouden religies zich tot elkaar?
Religies en beschavingen ontwikkelen zich door de eeuwen heen. Ze beïnvloeden elkaar, verrijken elkaar en ze bevorderen de contacten tussen mensen en culturen. Het vervullen van deze rol dient in onze hedendaagse samenleving ondersteund te worden door meer dialoog, vooral nu we zien dat door de globalisering problemen zich steeds sneller verspreiden over de hele wereld.

Het uitgangspunt van de dialoog impliceert niet dat er geen verschillen tussen religies bestaan. Er is echter meer wat religies en levensbeschouwingen bindt dan scheidt; ze streven immers allemaal naar wat goed is voor de mensheid. Fundamentele waarden zoals verdraagzaamheid, tolerantie, zorgzaamheid, hulp aan minderbedeelden, het streven naar vrede en geweldloosheid zijn bij alle religies en levensbeschouwingen terug te vinden. Met andere woorden, religies en levensbeschouwingen putten allemaal uit hetzelfde erfgoed, dat door samenwerking en dialoog beter in stand kan worden gehouden.

De bindende rol van religie
De wereld wordt de afgelopen decennia gekenmerkt door grote sociale, culturele en economische veranderingen. De grootste en meest opvallende omwenteling vindt plaats op het gebied van communicatie, waardoor veel waarden en normen dreigen te verdwijnen. Mensen hechten tegenwoordig meer waarde aan hun kleine en grote display dan aan hun medemens. Dankzij de grote ontwikkelingen op digitaal gebied nemen wereldwijd de negatieve sociale fenomenen toe. Denk bijvoorbeeld aan het religieuze fanatisme, racisme, haat, verwaarlozing en egoïsme. Ook religies worden helaas, direct of indirect, betrokken bij deze negatieve ontwikkelingen, terwijl zij juist de bron zouden moeten zijn van het goede voor de mensheid in het algemeen.

In Nederland wordt de kloof tussen de bevolkingsgroepen steeds groter. Vooral rondom de islam worden de verhoudingen ingewikkelder. De autochtone bevolking lijkt steeds meer angst voor de islam te ontwikkelen en moslims maken zich zorgen om toenemende intolerantie en onverdraagzaamheid. Het is nu tijd om voor een constructieve aanpak te kiezen. De eerste stap in deze zoektocht is de bindende rol van religie serieuzer in te vullen. Religies spelen zeker een bindende rol binnenshuis, dat wil zeggen tussen de medegelovigen onderling. Maar deze bindende rol kan ook ingezet worden om gelovigen uit verschillende religies en culturen met elkaar te verbinden. Om de afstand tussen religies en culturen te verkleinen is de dialoog bij uitstek het geschikte instrument.

De solidariteit en de vriendschap tussen religies en culturen is nu belangrijker dan ooit. Haat, wreedheden en intolerant en gewelddadig discours moeten worden tegengegaan. Dit kan worden verwezenlijkt door meer met elkaar te praten en meer naar elkaar luisteren. Alle ervaringen uit de geschiedenis wijzen erop dat problemen in de meeste gevallen worden opgelost door met elkaar in gesprek te gaan.

Het doel van het congres
Eén van de belangrijkste doelstellingen van het congres Interreligieuze Dialoog is het stimuleren van een dialoogcultuur in de Nederlandse samenleving, waarin mensen door een breed scala aan factoren steeds meer uit elkaar lijken te groeien. De Unie van Marokkaanse Moslimorganisaties in Nederland (UMMON) werkt al jaren samen met partners uit christelijke en Joodse kringen. Om deze samenwerking een structureler karakter te geven organiseren wij dit landelijke congres. Het tweede concrete doel van het congres is het opstellen en lanceren van een manifest dat de inhoud en structuur van de dialoogsamenwerking tussen de vertegenwoordigers van de deelnemende religies en levensbeschouwingen zal weergeven.

Tijdens het Landelijke Congres Interreligieuze Dialoog zullen nationale en internationale kenners en experts van de drie monotheïstische godsdiensten hun licht laten schijnen op het belang van interreligieuze en interculturele dialoog als middel om ontwrichtende en polariserende tendensen in de samenleving tegen te gaan. Zij zullen een bijdrage leveren aan de totstandkoming van het manifest.

 

”De rol van interreligieuze samenwerking in Nederland”

Inleiding door Bert de Ruiter

In Zijn beroemde Bergrede sprak Jezus de woorden “Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen kinderen Gods genoemd worden.” (Matt. 5: 9)

Deze conferentie over interreligieuze samenwerking is bedoeld om mee te werken aan vrede en past als zodanig bij een van de belangrijkste doelstellingen van de drie religies die hier vandaag vertegenwoordigd zijn.

Helaas moeten we ook constateren dat niet iedereen die in God gelooft, hetzij christen, moslim of jood, een vredestichter is. Er zijn volgelingen van deze religies die zo overtuigd zijn van hun eigen waarheid, dat ze deze, ten koste van alles, aan de rest van de wereld willen opleggen. In hun ogen is wereldvrede een logisch gevolg als iedereen hun waarheid aanvaardt. In hun ijver voor de waarheid lijkt er weinig tot geen ruimte voor liefde.

Waarheid en liefde horen bij elkaar. Omwille van ‘de lieve vrede bewaren’ de waarheid geweld aan doen is niet een goed uitgangspunt voor interreligieuze dialoog en samenwerking. Bij interreligieuze gesprekken, gevoerd in liefde en met respect, mag wat mij betreft de waarheidsvraag best gesteld worden. Het zou maar kunnen dat in het samenspreken en samenwerken met mensen die een andere waarheid aanhangen, het zicht op de ultieme waarheid duidelijker wordt.

Hierbij past een instelling van bescheidenheid en verdraagzaamheid in het besef dat interreligieus gesprekken ontmoetingen zijn van gelovigen, niet van religies. Dit is een belangrijk onderscheid. Religies zijn abstract, tijdloos, boven cultuur verheven. Gelovigen zijn mensen van vlees en bloed, die hun religie handen en voeten, oren en ogen geven. Ik kan theedrinken met gelovigen, niet met religies. Ik kan leren over de Islam als godsdienst, maar in het dagelijks leven heb ik te maken met een moslim, die zijn/haar Islam vormgeeft.

Bij interreligieuze ontmoetingen is het belangrijk om te leren vanuit jezelf te spreken (b.v. “Ik vind…. In plaats van vanuit gemeenschappelijke opvattingen en algemeenheden (b.v. “In de Koran staat…).

Bij interreligieuze ontmoetingen ontmoeten gelovigen elkaar in de eerste plaats als medemens, als schepsel en beelddrager Gods, niet in de eerste plaats als vertegenwoordiger van een religie. Tegelijkertijd hoeven we in interreligieuze ontmoetingen en samenwerking onze religie niet buiten te laten. We brengen deze mee naar de tafel, want het bepaalt in hoge mate onze identiteit, het vormt de basis van onze normen en waarden, en is het uitgangspunt van ons gedrag en keuzes.

Wat is interreligieuze dialoog?

Interreligieuze dialoog beoogt niet het toewerken naar één wereldreligie. Het is er niet op uit om de fundamentele verschillen tussen de verschillende religies te ontkennen of ontkrachten. Interreligieuze dialoog is niet een vorm van het promoten van religieus relativisme en pluralisme. We hoeven de waarheid niet de compromitteren om met mensen van een andere religie samen te kunnen werken.

Interreligieuze dialoog zijn gesprekken tussen individuele gelovigen van uiteenlopende religieuze tradities over hun persoonlijk geloof (inhoud en beleving) en de maatschappelijke relevantie ervan.

Door dergelijke gesprekken neemt je kennis van en het respect voor het geloof van de ander toe; kunnen wederzijdse vooroordelen en misvattingen worden weggenomen en ontstaat wederzijds begrip. Dit kan leiden tot vriendschappelijke relaties die de basis leggen voor interreligieuze samenwerking ten behoeve van de sociale cohesie in de straat, de wijk, de samenleving en de wereld en het bestrijden van gemeenschappelijke problemen, zowel lokaal als internationaal.

Toen ik deze week in mijn klas vertelde dat ik hier zou zijn, vroeg een student: Wat is het nut van interreligieus dialoog en samenwerking. Mijn antwoord (was toen wat korter) hierop is:

Wat is het doel (nut) van interreligieuze dialoog?
• Het versterkt de maatschappelijke cohesie en bevordert een harmonieuze samenleving en draagt bij aan een begripvolle samenleving en wereldvrede;
“Interreligieuze dialoog is een noodzakelijke voorwaarde voor vrede in de wereld en daarom is het een plicht zowel voor christenen als voor andere godsdienstige gemeenschappen.”
• Het voorkomt dat internationale incidenten lokale spanningen veroorzaken (zoals we onlangs nog gezien hebben hier in Amsterdam).
• Het legt een basis voor samenwerking in het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken en wereldproblematiek (b.v. armoede, sociale gerechtigheid, milieu);

Het is mijn hoop dat we met deze instelling vandaag naar de sprekers en naar elkaar luisteren en dat we vandaag nieuwe bouwstenen aangereikt krijgen om samen te bouwen aan een stad en samenleving, een continent en wereld, waarin er ruimte is voor verscheidenheid, verschillende opvattingen en wereldvisies en religies. Een samenleving waarin waarheid en liefde in goede harmonie elkaar omarmen. In een prachtig hoofdstuk in de Bijbel over liefde (1 Cor. 13) wordt gezegd dat ‘de liefde blij is met de waarheid.’

“Waarheid en vrijheid komen nergens dichter bij elkaar dan op het kruispunt liefde.”

Het is mijn hoop en gebed dat dit congres weer een kruispunt van liefde mag zijn.

Bert de Ruiter is Consultant Christen-Moslims relaties bij OM Europa en de Europese Evangelische Alliantie.

“Alleen optimisten durven te kiezen voor samenwerken”
Inleiding door Hanneke Gelderblom-Lankhout

Ik ervaar het als een voorrecht hier vandaag enkele woorden tot u allen te mogen richten. Dit is voor de meesten van U een kennismaking. Het gaat vandaag over samenwerking. Samenwerken als gevolg van de interreligieuze dialoog. En zoals bij sommigen bekend is praat ik dan vaak over de 3 fasen van de dialoog. En het gaat wat mij betreft vandaag juist om de derde fase. Ter verduidelijking: Het gaat hier en vandaag dus niet over de eerste fase het elkaar visitekaartjes geven en alleen een sfeer van een kop koffie en wat leuk dat ik U ontmoet heb. Het gaat ook niet over de tweede fase: Goh we hebben alle drie joden christenen en moslims feestdagen en soms lijken die zelfs op elkaar. joden en moslims blijken op elkaar lijkende lekkere koekjes te bakken zullen we recepten uitwisselen. Ik wil vandaag met U te praten over de derde fase.

Daar gaat het om elkaar echt te leren kennen om vertrouwen in elkaar op te bouwen. Om elkaar bij te staan wanneer de ander in de gevarenzone zit of onjuist bejegend wordt. Daar kom je tot de conclusie dat we niet hetzelfde zijn en naarmate het gesprek verder gaat dat er verschillen er zijn en dat die zullen blijven. Is dat erg nee, is het soms pijnlijk ja soms verdomd pijnlijk. Dat zult u verderop in mijn verhaal merken. En daarom is de titel en gaat mijn verhaal over alleen optimisten durven samen te werken.

Het kenmerkende verschil tussen optimisten en pessimisten? Pessimisten zeggen Het helpt toch niet. Hun drijfveer is ongenoegen soms zelfs haat. Maar ze vragen aan jou ook waar ben je mee bezig. Het is je allereerste taak om de eigen club te versterken. Pessimisten worden boos wanneer je niet vooral met de eigen.club bezig bent We worden immers van alle kanten bedreigd is hun argument. Maar zeg ik dan wanneer we ons ieder in onze eigen burcht terugtrekken en volgens orders van de leider vooral werken aan het uitdiepen van de slotgracht. Wie zorgt er dan nog voor de koeien in de wei, wie zaait het graan en oogst het. Wanneer er geen mensen meer zijn die voor het levensonderhoud zorgen de bruggenbouwers dan gaan we allemaal van de honger dood.

Dat het pessimisme dat samenwerken toch niet toch niet lukt komt mede doordat we elkaar niet echt kennen. Vooroordelen hebben over elkaar noemen we dat meestal. Ik zou dat woord vooroordeel liever willen schrappen. We hebben een oordeel over de ander. Vaak van jongs af aan meegekregen. Een oordeel dat noodzakelijk lijkt om je eigen positie in deze verwarrende wereld af te bakenen. En dat hebben we allemaal. Een beeld van de ander vaak zonder die ander te kennen of zelfs niet eens ooit gezien te hebben, en hier citeer ik instemmend ambassadeur Bellouki: Het is makkelijker wanneer er naar jou geluisterd wordt dan zelf te luisteren.

Wat ik bedoel: Joden maar ook heel veel zogenaamde gewone Nederlanders denken dat alle moslims die religieus zijn in principe gewonnen kunnen worden voor de heilige oorlog, dus in potentie allemaal jihadisten zijn. Alle moslims proberen zo de wereld te veroveren.
Veel moslims denken dat alle Joden achter het beleid van de Israëlische regering staan en geen vrede met de Palestijnen willen. Bovendien zijn alle joden rijk en hebben zij heel veel invloed, bij de regering bij de media.

In de christelijke wereld heeft heel lang het beeld geheerst dat de Joden er prat op gaan het z.g. uitverkoren volk te zijn, terwijl de leer van de kerk was dat dit dat voorrecht door de komst van Jezus door de kerk was overgenomen en ja de Joden hebben nou eenmaal niet zo veel met Jezus. Ik laat deze gedachten over de ander die we eigenlijk niet kennen even liggen.

Hoe kan het eigenlijk dat ik vandaag hier sta? Er was bij de inleiding geen stukje Thora. Daarom waarom ben ik hier. U weet dat Zaterdag de sabbath is. Dan horen Joden niet te werken, maar thuis te zijn of in de synagoge. Maar net als in de Islam bv dat je niet mag vasten in de Ramadan wanneer je ziek bent zijn er ook bij ons regels die maken dat andere voorschriften van ondergeschikt belang kunnen zijn. Pekuah nefesj heet dat. Wanneer het leven in gevaar is, gaat het redden voor alle voorschriften. Ik – als progressief liberale Jood – hanteer deze regel pekuh nefesj al meer dan 30 jaar. Ik kan hier vandaag zijn omdat dit geen werken is – ik krijg geen salaris – maar met U in gesprek te komen over wat mij motiveert om voor samenwerken te kiezen en vanuit het weten dat dit van levensbelang is en ook om van U te horen waarom U vandaag hier bent. Daarom iets dat helemaal in de actualiteit is maar waarvan ik denk dat het goed is om er hier iets van te verduidelijken. En ik neem bewust het risico dat U heel boos wordt.

Maandagavond begint Chanoeka. Chanoeka is het lichtfeest, channeke zoals dat in het jiddish heet. Ja, U hoort het goed, dat is mijn voornaam. Gebaseerd op een meer dan 2000 jaar oud verhaal. Na een overwinning op de Syriërs, inderdaad daar liggen wij al duizenden jaren mee overhoop – moest de 9 armige kandelaar in de door afgodendiensten verontreinigde tempel in Jerusalem opnieuw worden aangestoken.. Maar voor dat her-inwijdingsceremonieel was ritueel zuivere olijfolie nodig. Ergens in de kelder werd een klein kruikje olie gevonden en dat leek in eerste instantie precies genoeg voor één dag. Maar wat was het wonder het bleek genoeg voor een hele week totdat er weer zuivere olie gewonnen en geperst was.

Nog steeds wordt waar ter wereld Joden wonen deze her-inwijding van de tempel in Jerusalem gevierd. Er hoort een speciale opdracht bij. Je zet de chanoekia die kandelaar op de vensterbank zodat het licht er niet alleen voor jou is maar ook naar buiten schijnt. Wees een licht voor anderen, dat is mijn opdracht die mijn naam meebrengt.

Waarom vertel ik dit verhaal omdat het duidelijk maakt dat de tempel in Jerusalem een kernbegrip is in het Jodendom. Ook nu er, na de verwoesting van dit identiteitssymbool door de Romeinen, alleen nog maar een muur van dit gebouw overeind staat. Wist U trouwens dat er altijd Joden in Jerusalem gewoond hebben, ook in de Ottomaanse periode Betekent dit dat Jerusalem vrede met de Palestijnen onmogelijk maakt. Absoluut niet. Oost Jerusalem kan de hoofdstad van Palestina worden. Maar is onze vraag wanneer houden de Palestijnen op te ontkennen dat Joden iets met Jerusalem hebben? En in hoeverre is dat ook bij de islam in het algemeen het geval?

En daarmee kom ik bij een vraag die ik als een niet gemakkelijk stukje dialoogvraagstuk bij U neerleg. En ik zei al misschien bent U nu wel boos op mij. Maar mijn vraag is: Zijn moslims bereid te aanvaarden dat Joods zijn niet alleen het belijden van een ander soort godsdienst is. Maar dat Joden een volk zijn. Een volk waarvan sommigen na 2000 jaar rondzwerven terug naar dat eigen land willen.

Heel lang hebben wij in allerlei soorten dialoog gezegd dat we ons alleen met vraagstukken in Nederland samen moeten bezighouden, veiligheid van onze scholen en gebouwen en niet met het Midden-Oosten. Dat blijkt niet langer mogelijk of we dat willen of niet. Daarom de vraag die vandaag tussen alle andere vragen speelt. Kunnen wij samen praten over de mogelijkheden solidair met de Palestijnen te zijn maar durven we dan ook hen te bevragen over echte vredesmogelijkheden? Vrede sluit je met de vijand, niet met je vrienden.

Durft U het aan om optimist te zijn en de hoop op vrede te doen herleven.? Bent U met mij eens dat haat alleen maar tot nog meer haat leidt en werkelijke oplossingen blokkeert? Hoe krijgen we samen dat vredeproces weer op de rails? Een veilig Israël naast een gezond en vredelievend en welvarend Palestina? Kunnen wij, joden christenen en moslims samen solidair zijn met de Palestijnen maar met hen praten over die alles verterende haat die de vrede geen stap dichterbij brengt en het leger van boze mensen en pessimisten alleen maar doet groeien?

Terug naar Nederland. Het land waar wij samen veilig willen wonen. Ik begon dit verhaal met de stelling dat alleen optimisten durven samen te werken. Optimisten zien steeds opnieuw kansen in tegenstelling tot pessimisten die alleen maar problemen zien en steeds bozer worden omdat hun oplossingen niet blijken te werken. Ik besef dat ik een aantal niet gemakkelijk vragen bij U op tafel heb gelegd. Maar ik doe dat ook vandaag weer omdat ik ervaren heb dat wanneer het besef doordringt dat we niet hetzelfde zijn maar wel hetzelfde nastreven samenwerken mogelijk blijkt. Het vertrouwen dat wij, samen veel kunnen en wij samen zijn dan sterker de pessimisten groeit dan iedere dag.

De overheid vraagt veel van ons; bijvoorbeeld om vrijwilligerswerk te doen. Maar het niet goed uitgewerkte item scheiding van Kerk en Staat maakt dat nog steeds heel veel overheidsinstanties grote aarzeling hebben een werkwijze te vinden hoe overheid en vrijwilligers die nog wel iets met religie hebben kunnen samen werken.

Wij hebben wel iets met religie, het stimuleert ons. Daar ligt onze gezamenlijk kracht. Door te laten zien dat wij elkaar vertrouwen en kunnen aantonen dat wij ondanks de verschillen die er zijn en die voor een deel zullen blijven, in staat zijn die samenwerking vorm te geven. Daarom zijn we vandaag hier. Om samen wegen te zoeken hoe we aan die vraag om met de overheid samen te werken vorm kunnen geven zonder in door de overheid ontworpen vormen te moetenstappen waarin wij ons niet kunnen bewegen zoals we zelf willen.

Optimisten van alle soorten levensovertuiging; laten we samen optrekken en laten zien dat wij sterker zijn dan de pessimisten die denken en proberen aan te tonen dat dit niet kan.

Hanneke Gelderblom is oud-senator voor D66 en vertegenwoordigt het Nederlands Verbond voor Progressief Jodendom in het OJCM (landelijke Overleg Joden, Christenen en Moslims)

“Als ik je zie, mag ik je graag”
Inleiding door Klaas van der Kamp

“Over de receptie van moslim-Nederlanders door oeroude Nederlandse families.”

Ik kom een beetje gehandicapt binnen. Ik heb mijn voet verstuikt en ben een paar dagen thuis gebleven met de voet omhoog. Mijn wereld was niet groter dan een tochtje van de slaapkamer naar het toilet. Ik ontmoette niet meer mensen dan mijn vrouw en de postbode die een pakje binnenbracht. Dit is mijn eerste bijeenkomst met krukken weer onder de mensen. In één klap begrijp je het probleem van de interreligieuze ontmoeting.

Want wij hebben allemaal deze zelfde handicap. We komen slechts een beperkt aantal mensen tegen. We zijn beperkt in tijd en mogelijkheden. De arts-neuroloog Dick Schwaab heeft onderzoek gedaan naar de chemie in onze hersenen. Hij zegt dat wij fysiek beperkt zijn en slechts een netwerk kunnen bijhouden van maximaal 150 mensen, die er echt toe doen. Meer dan 150 lukt gewoon niet. Het betekent dat veel politici in Den Haag zich noodgedwongen moeten beperken tot die 150 mensen die invloed op hen hebben die ze regelmatig zien. Het impliceert ook dat wij die elkaar hier ontmoeten vanuit twee religies afhankelijk zijn van de vraag of we voldoende persoonlijke kennissen hebben van mensen in een andere religie; of u kennissen hebt die De Boer en Van Dijk heten; of ik mensen persoonlijk ken die Najib Amhali, Soundos El Ahmadi of Driss El Boujoufi heten.

De vraag:
De organisatie legde me de vraag voor: Hoe reageren oude families die al generaties in Nederland wonen op de komst van duizenden nieuwe Nederlanders met een andere godsdienst? En godsdienst zie ik dan als de overtreffende trap van cultuur. Het is een drieluik eigenlijk: je hebt de dagelijkse gewoonten waarin we verschillen; je hebt maatschappelijke verschillen. En je hebt verschillen die met onze beelden van de eeuwigheid en de hemel te maken hebben. Hoe is het voor mij als witte, Saksische Nederlander, met vele nieuwe landgenoten te leven?

Laten we het maar eerlijk zeggen. Het kost, mij, autochtone Nederlander veel moeite. Ik geef dat eerlijk toe. Ik overzie niet helemaal wat er allemaal anders wordt. En ik realiseer me dat we dingen in onze samenleving anders moeten gaan inrichten, omdat de groep die ik een beetje ken, het niet alleen meer voor het zeggen heeft. Het maakt me onzeker.

Het begon ooit onschuldig. Ik hoorde bijvoorbeeld een verhaal in de jaren zestig, over Carlos Ruiz, een man uit Spanje, die kwam als gastarbeider. Dat was een rooms-katholiek. Ik ben zelf protestant. Hij werd in een kosthuis in Twente in een kosthuis bij een weduwe geplaatst. Samen met een vriend. Het was een goed kosthuis. Maar de taal was een probleem. Ik citeer uit die eerste ervaringen. Carlos vertelt: ‘We wisten niet waar het toilet was. De tolk had gezegd: ‘Hier is jullie kamer. Hier de woonkamer. Voor de rest mogen jullie nergens komen’. Wij vergaten te vragen waar het toilet was. Dus gingen wij naar de mevrouw toe, en vroegen haar in het Spaans naar het toilet. Die mevrouw begreep het niet. Ze kwam met een glas water aanzetten, omdat toilet in het Spaans klinkt als water. Twee of drie dagen lang’, zei Carlos, ‘gingen wij naar het bos om onze behoeften te doen. Toen we eindelijk de wc ontdekt hadden, wezen we ernaar en zeiden tegen haar ‘aqua’. Maar zij stapte naar de directie van de fabriek toe en klaagde: ‘Die gastarbeiders zijn rare mensen, zij willen het water van het toilet opdrinken’. Tot zover mijn onzekerheid.

De taak:
Ben ik vanuit mijn geloof in staat u ruimte te laten? U een eigen leven te gunnen in het land dat nu van ons samen is? Ik denk dat de bijbel van de christenen mij die ruimte biedt. In mijn christelijke traditie staat, dat Jezus vertelt van twee zonen (Mat. 21: 28 – 32). Hun vader zegt: ‘Ga vandaag in mijn wijngaard werken’. De ene zegt: ‘Ik wil niet’. Maar later krijgt hij berouw en gaat toch. En de ander zegt: ‘Ik ga, heer’. Maar hij gaat niet. Welnu, Jezus legt uit dat degene die de wil van de heer doet, voorgaat in het koninkrijk van God. M.a.w. er zijn mensen die goed doen en daarmee is er ruimte voor hen, ook al spreken ze andere woorden dan ik gewend ben te spreken. Het is geen uitgemaakte zaak dat ik die Christus belijdt per definitie beter handel dan u die Christus mogelijk niet belijdt.

Zo zegt Jezus ook, dat er mensen zijn die tot hun eigen verbazing gerekend worden tot de mensen die bij Gods Koninkrijk horen (Mat. 25: 34-40). Ik citeer: ‘De Koning (bedoeld is God) zal tegen hen zeggen die aan zijn rechterhand zijn: ‘Kom gezegenden van mijn Vader, beërf het Koninkrijk dat voor u bestemd is vanaf de grondlegging van de wereld’. ‘Want ik was een vreemdeling en u hebt mij gastvrij onthaald’. En ze vragen: ‘Wanneer hebben we u als vreemdeling gezien?’ en de Koning zegt: ‘Voorwaar, ik zeg u: voor zover u dit voor een van deze geringste broeders van mij gedaan hebt, hebt u dat voor mij gedaan’.

Jezus vertelt – een derde en laatste voorbeeld – het verhaal van een man die van Jeruzalem naar Jericho gaat en onderweg wordt overvallen (Lukas 10: 30-37). Hij valt in handen van de rovers. De rovers pakken zijn geld af, slaan hem halfdood en laten hem aan de kant van de weg liggen. Dan komt er een priester voorbij op weg naar Jeruzalem. Hij ziet de man liggen, maar loopt hem voorbij. Even later komt er een leviet. Hij ziet hem liggen, maar hij loopt voorbij. En dan komt er een samaritaan. Hij was – zo zegt Jezus – met ontferming bewogen. Hij helpt de man en brengt hem naar een herberg, verzorgt hem en betaalt voor de herberg. Jezus sluit dan af met: ‘En wie van die drie passanten is de naaste geweest voor die ongelukkige man?’

Waarom lopen de priester en leviet voorbij? Het is omdat ze naar de tempel gaan, naar het heiligdom. Als zij de gewonde man aanraken, komt er bloed aan hun handen en zijn ze niet langer geschikt om de eredienst voor God te verrichten. Ze zijn onrein. Ze vinden hun kerk belangrijker dan de mens aan de kant van de weg. Maar de Samaritaan heeft die band met de kerk niet. En juist hij blijkt open te staan voor de concrete noden van een mens.

Dit verhaal uit de christelijke traditie, een gelijkenis van Jezus zelf, maakt duidelijk dat je eigen levensovertuiging een blokkade kan worden als je daardoor je eigen regels belangrijker acht dan de concrete noden van mensen die je in het leven ontmoet.

De praktijk:
Ik kom tot mijn derde punt: Hoe kunnen wij ons land tot een samenleving maken?

Allereerst kunnen we elkaar helpen, als we elkaar geregeld tegenkomen. U helpt me als u daarbij laat zien waar u trots op bent. En u helpt me als u uw kwetsbaarheid met me durft te delen. Alleen als we elkaar zien, kunnen we van elkaar gaan houden.

Een tweede wat helpt is, als we voor elkaar willen zijn als die Samaritaan. Als we elkaar verder willen helpen.

Een derde groep wat helpt, is als we in eigen kring verstandige mensen aan het woord laten. Je vindt ze in kerken, in moskeeën, in synagogen, op scholen en misschien… ja zelfs bij de media in Nederland. Als ze vooral de verschillende gezichten in beeld brengen.

Wie kan helpen. Jij. Iedere verandering begint bij jezelf. Hoe jij en ik over elkaar spreken. Dat is het eerste. En als we ons best doen, krijgen we andere, early adopters met ons mee. En zo kunnen jij en ik samen er voor zorgen dat de balans van elkaar aardig vinden in Nederland de goede kant blijft uitslaan.

We kunnen persoonlijke ontmoetingen aangaan, geen ideële ghetto’s creeëren. Mensen die een iftar organiseren kunnen christenen uitnodigen. Kerken die een kerstmaaltijd opzetten, kunnen moslims vragen om de kaarsen aan te steken. Als onze kinderen een verjaardagsfeestje houden, kunnen we kinderen van de andere religie vragen en zorgen dat het eten hallal is of als er een maaltijd is, dat we een moment van stilte voor de maaltijd hebben om te bidden. Als we kinderen inleiden in de spiritualiteit van onze religie kunnen we één middag met hen op bezoek gaan in wat de bijbel noemt ‘het huis naast de synagoge’, dus de plek waar andere geloofsgenoten samenkomen. De moskee of de kerk. Want als ik je zie, krijg je een gezicht en kan ik je als ‘naaste’ herkennen.

Ik heb een ongelukje gehad. Ik ben wat gehandicapt binnen gekomen. Ik liep uit mijn kantoor in Amersfoort, ging de heuvel af. Ik had de handen vol post. Rende, omdat ik te laat was vertrokken. En stapte in een kuil in het gras en keilde over de grond. Onmiddellijk remde er een auto naast me. Er stapte een jonge man uit. Een Marokkaanse Nederlander, ik verzin dit verhaal niet. ‘Gaat het wel goed met u meneer?’, vroeg hij. Ik knikte. Hij graaide ondertussen op de grond alle poststukken bij elkaar. ‘Alstublieft’, zei hij, ‘als u wilt kan ik u even met de auto naar de brievenbus rijden’. ‘Je bent een engel’, zei ik.

Klaas van der Kamp is algemeen secretaris van de Raad van Kerken Nederland

“Pluriforme samenleving en Islam”
Inleiding door Rasit Bal

Als de media berichten over de onrust en oorlog in de islamitische wereld, worden de conflicten van moslims altijd gezet in de context van ‘religieuze en etnische diversiteit’. De Shiitische en Soennitische stromingen komen in beeld. Maar ook de vele etnische bevolkingsgroepen wordt aangevoerd als een verklaring voor de conflicten. In het Syrische conflict komen alle vormen van diversiteit zeer expliciet bij elkaar een oorzaak van ellende en menselijke leed.

Ter vergelijking maar ook om het een beetje te relativeren, wordt er in onze gemeenschappelijke duiding eveneens verwezen naar de godsdienstoorlogen van de 16 en 17de eeuw in Europa. Met een impliciete boodschap, wat de godsdienst aan mensen kan doen. Vooral als de godsdienst zich vermengt met politiek of een politiek verlengstuk wordt. Het is best uitdagend en meestal confronterend om dan te zien hoe moslims in de vredige en veilige omgevingen op deze situatie en ‘verklaring’ reageren. Hoe zij dan de ‘stromingenoorlogen’ van moslims verklaren en daarmee omgaan. Daar kom ik later op terug.
Als de media over de moslims in Nederland berichten, wordt hun toestand bijna altijd gelinkt aan ‘afzondering’ en ‘fragmentatie’. Een zeer grote groep van mensen ‘trekt’ zich terug in hun hokje, organisaties, kringen en daar hebben wij ‘ongelovig’ veel van. Zijn zij bang? En waarvoor? Waarom ‘verstoppen’ zij zich en doen niet mee? Waarom zijn er zoveel groepen? Is dat echt nodig? Ze zijn toch allemaal moslims? Hoe is het dan onderling? Komt het voor dat zij wel met elkaar contacten onderhouden? Hoe denken zij over elkaar? Zijn zij ook onderling afgezonderd? Ook deze afzondering en groot aantal groepen moet verklaard worden.

Het is ongelofelijk interessant hoe zo’n groep, ver van huis, zo veel ‘diversiteit’ kan genereren. Intern moet het zeer vitaal zijn? Bovendien moeten er intellectuelen zijn die deze enorme variatie aan groepen en identiteiten moeten voeden en legitimeren. Alleen op die manier kunnen zij hun ‘anders-zijn’ bestendigen. Iedereen wordt dan heel erg nieuwsgierig. Niet alleen naar de moslimintellectuelen en groepsleiders maar vooral naar de wat hen van elkaar onderscheidt en waar het vandaan komt.

Op die manier wordt ook de toestand van moslims in Nederland gerelateerd aan ‘religieuze diversiteit’. En steeds minder vanuit ‘interessant’ naar ‘achterdocht’. De situatie wordt zeer onoverzichtelijk en veroorzaakt ‘onbehagen’. ‘Onbekend maakt onbemind. De volgende stap is dat zij ‘parallel’, ‘blinde vlek’, ‘enclaves’ of ‘burchten’ van de islam zijn geworden. De rest is paronia en complot denken.
Het is best makkelijk om de conflicttoestand in de islamitische wereld, heel associatief en spontaan, te linken aan de toestand van moslims in Nederland. Via de ‘diversiteit’ omdat die daar als grond dient ter verklaring van de ‘oorlog’. ‘Diversiteit’ daar leidt tot ‘oorlog’ en ‘diversiteit’ hier leidt tot ‘afzondering’. Het is nu geen lastige stap om de ‘afzondering’ te linken aan ‘conflict’. In de ‘afzondering’ van moslims in Nederland moet dus ‘conflict’ gezocht worden. Waarom zou je je anders afzonderen? Zo krijgen wij twee conflictfronten of schurende raakvlakken: met de Nederlandse manier van leven, omgang en cultuur en met de moslimgroeperingen onderling. Voor sociale en politieke wetenschappers is dit aanleiding om het te gaan onderzoeken hoe het ‘conflicteert’ en ‘schuurt’. AIVD, NCTV en terrorisme experts gaan een stap verder en zoeken hoe de ‘diversiteit’ leidt tot ‘extremisme’ en daarna tot ‘terrorisme’.
Wat zegt dit allemaal? De term ‘diversiteit’ krijgt, in ons besef, een context en betekenis. Die wordt nu sterk gerelateerd aan ‘afzondering’, ‘parallel-zijn’, ‘blinde vlek’, ‘onbekendheid’, ‘verdeeldheid’, ‘verrechtsing’, ‘onveiligheid’, ‘schuring’, ‘conflict’, ‘maatschappelijke onrust’, ‘oorlog’ en ‘godsdienstoorlogen’. De term ‘diversiteit’ in deze context bevat nu al deze betekenissen, connotaties en verwijzingen. Natuurlijk kan deze term zich in die betekenis onmogelijk handhaven als iets positiefs en moois. Niet alleen deze term maar ook alle termen die een vergelijkbare betekenis hebben: multiculturaliteit, pluriform, relativering, verscheidenheid, veelkleurigheid, kleurrijk, regenboog, postmoderne filosofie, enz.. Hun positieve betekenis en verwijzingen eroderen net zo snel.
Het is zo een grote boosdoener waardoor iedereen daar afstand van neemt. En wij moeten terug naar de ‘moderniteit’. Er is maar één waarheid en dat moet uitgedragen en doorgedrukt worden. Oriëntatie op eenheid is leidend en normerend. Anders vallen wij uit elkaar. Net als het Midden-Oosten. ‘Diversiteit’ suggereert meerdere waarheden, identiteiten en legitieme posities. En dat kan alleen als het een tijdelijk is en een uitzondering is. Zolang het de eenheid niet verdrukt. Anders loopt het op een ‘burgeroorlog’. ‘Eenheid’ is onze gemeenschappelijke oriëntatie met eigen nationale identiteit. Nederland moet weer eigen identiteit centraal stellen en de ‘diversiteit’ problematiseren en onwenselijk verklaren. Zelfs gevaarlijk omdat relativeert.

Dat heeft Buma bijzonder goed gedaan. Hij heeft de christelijke verscheidenheid terzijde gezet door te zeggen ‘daar gaat het niet om’. Dit was zijn offer. De geschiedenis van de ‘verzuilde Nederland’, de ‘pacificatie’ en ‘ontzuiling’ heeft hij opgeofferd aan de nieuwe betekenis van ‘diversiteit’. In het licht van die betekenis, schrijft hij de Nederlandse geschiedenis opnieuw. Het zou best kunnen dat hij succes boekt maar dan ten koste van de Nederlandse geschiedenis en christelijke diversiteit.

Het CDA moest zich eerst voldoende herstellen van de vorige verkiezingsnederlaag, om deze stap te kunnen zetten. Om afstand te kunnen nemen van deze bederfelijke term en islam neer te zetten als ‘bedreiging’ Daarom als laatste partij die deze omslag heeft publiekelijk gemaakt. De PvdA had die stap aan het begin van de Rutte II genomen. De opstelling van de minister Asscher was ‘niets mee te maken met de diversiteit, ben je in Nederland dan dien je je te schikken aan onze ‘verworvenheden’, ‘kernwaarden’ en ‘grondbeginselen’.

Na deze ommezwaai, zijn de islamitische organisaties ‘parallel’ en ‘getto’s geworden die hun leden ‘beknechten’ en ‘onmondig’ houden. Sociale democratie heeft ‘zwakken’ en ‘kwetsbaren’ nodig om zich te kunnen manifesteren. Anders is het een ideaal zonder werkelijkheid. De arbeidersklasse was heel lang de basis van de sociale democratie en nu zouden de ‘moslims’ die nieuwe te verheffen doelgroep zijn. En zeker niet hun organisaties maar hun leden kunnen prima bevrijd en geëmancipeerd worden van hun ‘onmondigheid’ en ‘sociale uitsluiting’. Ik moet zeggen dat deze taakstelling niet goed is overkomen. Door afstand te nemen van hun organisaties heeft de PvdA alleen maar afstand genomen van moslims. Het probleem is dan dat onder de gevestigde burgers is er dan niemand die geëmancipeerd moet worden. In een keer is de PvdA ‘werkloos’ geworden, je heb geen groepen en klassen die je kan verheffen en emanciperen. Door twee Ahmed’s te blijven verheffen kun je de sociaal-democratie niet redden. Vind je dan gek dat sociale-democratie niet meer herkenbaar is en de politieke boodschap van PvdA nergens op slaat.

Het bederfelijke woord ‘diversiteit’ heeft een nieuwe offer opgeëist. Dat zijn de sociale-democratie en de PvdA geworden. Ook al gaat PvdA volledig ten onder, zij kan niet ‘verheffen’, ‘bevrijden’ en ‘emanciperen’ omdat die doelgroep hiervan in Nederland de moslims zijn en ze worden sterk geassocieerd met ‘diversiteit’ en ‘maatschappelijke onrust’. Ik weet niet of ik me gelukkig kan rekenen dat de Nederlandse politieke landschap wel ‘diversiveert’. Weer die negatieve betekenis ervan wordt snel geprojecteerd naar landspolitiek. Nederland wordt ‘onbestuurbaarheid’. De diversiteit of fragmentatie van de politiek gaat ons allemaal terugwerpen naar de donkere eeuwen van Europa.
Als de ‘diversiteit van de islam’ zo ontwrichtend werkt, niet alleen voor de islamitische wereld maar ook voor de hele wereld, zelfs voor Nederland, dan is het evident dat moslims van Nederland daar eveneens afstand van nemen: ‘nee, nee, er is maar een islam, alle moslims zijn broeders, wij hebben een koran, er is een god, islam staat voor vrede, enz.’ Het is niet alleen ‘afstand nemen’ maar afkeer van de stromingen, bewegingen en geleerden die dat hebben bedacht. Zij moeten ‘ongelofelijk’ dom geweest moeten zijn om niet te kunnen zien dat er maar een islam bestaat en dat zij ‘mooi’, ‘schoon’ en ‘rationeel’ is.

Zo ontstaat een grote ‘bijziendheid’ voor de feitelijke diversiteit onder de moslims. Niemand snapt daar iets van. Vooral moslims niet en dat veroorzaakt een ongekend grote afstand van hen tot hun eigen werkelijkheid en verhoudingen. Heel vaak wordt die lijn doorgetrokken en je krijgt ‘moslim haat moslim’ verhouding. Omdat moslims geen ‘eenheid’ kunnen vormen. Hun offer wordt dan hunzelf. Dan krijg je moslim die constant zijn geloofsgenoot aanspreekt, afrekent en verwijt dat hij zijn eigen geloof niet kent, snapt, beschaamd, verloochend, verpest enz. Een vieze spelletje speelt met Allah, Koran en islam. Wat moet de islam met zo’n moslim? Helemaal niets? Niemand heef daar wat aan? Ook de God niet!

Islam trekt zich terug. ‘Weg met zo’n moslim’, zou zij gezegd hebben. Althans, zo wordt islam voorgesteld. Afstand tussen islam en moslims. Islam is mooi en moslims zijn lelijk. Is dit wat nu gaande is? Moslims kunnen haar niet meer ‘dragen’, de werkelijkheid is te complex geworden. Moslims en de wereld verdienen de islam niet, daarmee de goddelijke inmenging met hun leven. Allah trekt zich terug uit de wereld van moslims en laat het allemaal over aan hen zelf. Hij schijnt te zeggen: jullie bekeken het maar, ik ga jullie niet meer helpen.

De overgang naar goddelijke afwezigheid en afscheid van Allah verlopen heftig. Voor niet-moslim gelovigen is het wellicht herkenbaar maar de heftigheid is ongekend groot. Omdat het zeer snel verloopt. Wat zij in drie eeuwen hebben doorgemaakt, moet een moslim dat in zijn enige leven doormaken: Allah vinden, volledig overgeven om gered te worden, eigen omgang ontwikkelen, afstand maken, eigen weg vinden, en tenslotte afscheid nemen. Dit wordt de levensloop van individuele moslim, met heel erg veel uitwaaieringen en accenten. En weer zijn wij uitgekomen op diversiteit, als aanvulling op de reeds bestaande vormen van diversiteit. Bijna ‘hopeloos’. Niet meer als instituties maar als een eigentijdse en persoonlijke levensloop. Uniek en bijzonder.

Allah ‘komt’ dan terug. Niet meer als een almachtig en ingrijpende god maar als een ‘stem’ die je wegwijs maakt. Allah wisselt van gedaante? Het is de vraag of Allah volstaat om verder te gaan als een ‘interne stem’ of een ‘geweten’. ‘Hij’ moet de strijd overwinnen van Zijn eerdere vorm. Dus een strijd met zich zelf maar dan via de moslims. Hij laat moslims onderling uitvechten en overwinnaar krijgt dan zijn eigen ‘Allah’. Bij Christenen is het best gelukt. Anders moet hij dan maar ingrepen. Doet hij dat niet, dan is dit het aanbod van moslims.

Dit gaat moslims zeker lukken. Net als christenen maar dan veel sneller en grondiger. Omdat de ervaringen van christenen gecomprimeerd aan ons aandienen. Het punt is wat dan van Nederland overblijft. Zonder PvdA, zonder openheid, een angstige cultuur die zichzelf verkrampt. Wat zou ik dan het Nederland van nu missen?

Rasit Bal is voorzitter van het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO)

“Interfaith dialogue in the Netherlands”,
Speech by Abdelouahab Bellouki

Ladies and gentlemen,
Dear friends,
First, I would like to express my appreciation to the organizers “The Union of the Moroccan Mosques in the Netherlands-UMMON”, and to Mr. Driss Boujoufi, for the kind invitation extended to me to participate in this conference. Thanks also to the Moroccan Ministry of Islamic Affairs and Endowment for making this event possible. I am pleased to join this highly qualified speakers and distinguished audience, to discuss a vital subject, with a decisive impact on peace, understanding and harmony in our societies.

The question is how to achieve all this, from an interfaith perspective? How to unite efforts of people of many faiths to fulfil these objectives? How to empower faith communities to unleash their potential for common action?
We live in a world that is more and more interconnected, but it does not mean that individuals and communities live together. Cultures and faiths should not live only side by side. There should be a meaningful interfaith outreach and engagement. We now live in a global village. People from different backgrounds live next-door, work at the next desk, run the corner store. We should break down the walls of ignorance.

I think all of us in this room share the same dream. To live in a society of friendship, conviviality, peace, and harmony. The fulfilment of this legitimate dream requires collective action in many areas.

In this context, it is our duty to promote a culture immune from prejudice and bigotry. Antisemitism and Islamophobia as well as other phobias play into the hands of the extremists. Attacking, excluding and vilifying other people’s faith and symbols is no way forward.

Promoting interreligious and intercultural dialogue, with conviction and dedication, can enhance peace and social stability, diversity and mutual respect, understanding and greater tolerance in our societies.

Of course, we should not connect only with people carrying similar views as we do. Maybe the exchange is much smoother with a person whose opinions match ours, but we should not stick always to our views. Our failing is that we are usually much more concerned with being understood rather than trying to understand. The biggest obstacle to understanding someone else is self-importance, because most of us remain locked in our own rigid views. We should try to capture properly the feelings and emotions behind what other people are saying and thinking.
Openness to dialogue is a mark of the resilience of a belief, showing that it does not shrink from confronting opposing viewpoints.

Nobody can question that dialogue is a powerful tool for confidence-building among different communities and a sound exercise conducive to enhancing universal values, shared by different religious and cultural backgrounds. Dialogue fosters positive interaction among various segments of society.

It is critical that young generations have a chance to thrive in a safe and inclusive environment to build their resolve against violent extremism. To hatred we must respond with intense dialogue, inclusiveness and healthy education to instill universal values and counter evil intentions towards others.
Dialogue aims at combating intolerance, extremism, negative stereotyping, xenophobia, and stigmatization, incitement to violence against persons, based on religion or belief.

Practicing Dialogue is learning to live together with our differences and engaging positively with each other on our cultural commonalities. We should be aware that dialogue is an ongoing process, which requires active participation and sustainable endeavors. Genuine dialogue among interfaith organizations, religious authorities and prominent personalities and social leaders, civil society and academia can contribute to efforts made to bridge any potential cultural divide and to root out radicalization and violent extremism.

Dialogue needs the engagement of all stakeholders and relevant actors, women and men, young in particular, to confront communities’ challenges impacting youth and support innovative bridge-building within.

To build secure and peaceful communities, a dialogue carried out by voices of moderation from religions and beliefs has more chance to be successful. It depends also on the contribution of the media and new ICT to changing peoples’ perception of different cultures and religions. Interfaith organizations should carry out grassroots civic action through affiliates across the all country in order to build a network of active and committed people of faith to promote interreligious collaboration seeking to counter perception of faith as violent and divisive. Informal networks, at the local level, can play a valuable role in reconciling different opinions.
Through dialogue, we stand up against those who strive to hijacking our cultures and our faiths. This is why all of us should strive to incorporate this good practice into one’s life.

Throughout history, Morocco and Moroccans have always been a crossroads, a place where people interact through different cultures and civilizations. Morocco, being a country on the borders of three worlds: Arab, African and European, means that Moroccans can embrace different inputs. In keeping with its values and principles, Morocco has been promoting a culture of living together, positive coexistence and acceptance of the other, a culture of moderation and mutual respect.

Morocco is deeply committed to interfaith and intercultural dialogue and moderate Islam, which is intensely taught and promoted by the Mohammed VI Institute of Imams, for students from inside and outside Morocco. It is worth to stress that the Moroccan Constitution underlines the diversity of the Moroccan identity and its richness thanks to its various components, namely: Andalusian, Jewish, Amazigh, Saharan, Arabian, Mediterranean…

In this sense, HM’s message to the international conference on promotion of dialogue among cultures and civilizations and on the respect for cultural diversity (Fes, October 2013) emphasized that: “the Kingdom’s constitution underscores the Moroccan people’s commitment to the ideals of openness, moderation, tolerance, dialogue and mutual understanding among cultures and civilizations”.

We are sitting here in this room today because the future of living together is at stake. The involvement of all sectors of society is required to address the terrible challenges ahead. I believe all of us recognize the strong commitment of all religions to peace and mutual respect. We also recognize their indefectible engagement against violent extremism, which in all its forms and manifestations cannot and should not be associated with any religion, nationality or ethnic group.

We should strive to build a peaceful and better world through dialogue, inclusion and respect for diversity, which remains a positive and decisive factor of constructive enrichment of our societies.

We salute voices in Europe and the Netherlands that stand against hate and violence, even though some extremist political movements are doing their best to fuel hatred, stigmatization and bashing of Muslims, migrants and refugees, in order to advance their political agenda on the sufferings of others. By doing so, they give violent extremists tools to convince and influence youth to join their hateful ideology.
We should empower communities to protect their members and, in particular the youth, from violent ideologies and counter terrorists’ propaganda and stop terrorist networks from radicalizing, recruiting or inspiring others to violence.

In conclusion, we urge faith based organizations and faith leaders to denounce those who preach intolerance in the name of religion. There may be reasons for anger, disappointment and bitterness. Certainly, we should address root causes of extremism. Therefore, youth’s social fragility and economic grievances should require our attention. They may be legitimate. Youth needs brighter future and dignified opportunities in life as well as self-esteem and promising horizons.

Thanks for your kind attention.

Abdelouahab Bellouki is ambassadeur van Marokko in Nederland

“Dialoog als imamstaak”
Inleiding van sheikh Al-Khammar al-Bakkali

In de naam van Allah, genade en vrede zij met alle profeten.

Geachte dames en heren, ik groet u allen volgens de islambegroeting en de islambegroeting is Salaam (vrede).

Ik feliciteer mijzelf en u ook met deze bijeenkomst met volle hoop dat het een van de bijeenkomsten kan zijn die bij kunnen dragen aan de hereniging en samenwerking in het belang van de samenleving in zijn geheel. De rol van godsdienst is volgens de gelovigen mensen te stimuleren om alleen te denken aan wat goed is voor de mensheid.

Allah zegt: “Daar is het tehuis van het Hiernamaals! Wij geven het degenen die op aarde geen zelfverheffing wensen, noch wanorde stichten” [De vertelling 83] zegt ook: En schept geen wanorde op aarde, nadat zij is geordend en roept Hem met vrees en hoop aan. Voorzeker, de Barmhartigheid van Allah is de goeden nabij [De verheven plaatsen 55] “

De rol van religie is in de ogen van de oprechte gelovige het aansporen van mensen om zijn binding met de schepper te verbeteren, maar ook de relatie tot het belangrijkste wat er in deze wereld bestaat, en dat is de mens.

Daarom dient de relatie tussen mensen, ongeacht welke mensen het zijn, gebaseerd te worden op de gemeenschappelijke universele waarden die mensen aanzet tot onderling respect, ongeachte hun etnische, religieuze en culturele achtergronden .

De belangrijkste van deze waarden is het eren van de mens omdat ze kinderen van Adam zijn en kinderen van Adam hebben respect en ze dienen beschermd te worden ongeacht hun kleur, religie of ras.

Het verschil tussen mensen ligt in wat ze voor diensten die ze aan de samenleving verlenen.

De goede gelovige kan liefde, wederzijds respect en vrede in de samenleving zaaien. Hij kan, door zijn goede gedrag en goede daden, zijn omgeving beïnvloeden en positief veranderen in plaats van haat en kwaad zaaien. Om dit laatste te voorkomen moeten we ons allemaal inspannen om de verdraagzaamheid te versterken. Een van de eerste middelen om dit te bereiken is de dialoog. Over de verhoudingen tussen mensen zegt de koran:

Elkaar kennen
“O, mensdom! Wij hebben u uit man en vrouw geschapen en Wij hebben u tot volkeren en stammen gemaakt, opdat gij elkander moogt kennen. Voorzeker, de godvruchtigste onder u is de eerwaardigste bij Allah. Voorwaar, Allah is Alwetend, Alkennend” [De vertrekken aan de Binnenkant, 13]

Geen dwang
“Er is geen dwang in de godsdienst. Voorzeker, het juiste pad is van dwaling onderscheiden” [de Koe, 256]

Overgave
“O gij die gelooft, komt in volledige overgave en volgt de voetstappen van Satan niet; hij is voorzeker uw verklaarde vijand” [de Koe, 208]

Rechtvaardigheid
“Allah gelast u goed met goed (te vergelden) en wel te doen aan anderen en te geven als aan verwanten; en verbiedt onbetamelijkheid, kwaad en opstand. Hij raadt u aan dat gij er lering uit trekt” [ De bij, 90]

Wat de dialoog betreft: de islam is de godsdienst van de dialoog die de stijl is van alle profeten. Met hen stuurde God een boodschap aan de mens zodat hij met deze profeten een dialoog kan openen. De dialoog is de weg naar het goede denken en geloof, onder voorwaarde dat het gebaseerd dient te zijn op bewijs en goede redeneren.

Wij moslims vermijden de dialoog niet, wat in onze Koran staan veel voorbeelden van dialoog tussen de schepper en Zijn schepsels, tussen de profeten en hun mensen, tussen de profeet Mohammed vrede zij met hem en zijn eigen mensen. Ik ga hier niet alle voorbeelden noemen, ik wil slechts stilstaan bij het volgende: “Zijn wij of gij op het rechte pad of in klaarblijkelijke dwaling?” Zeg: “Gij zult niet worden ondervraagd omtrent wat wij misdeden, noch zullen wij worden ondervraagd omtrent hetgeen gij doet” [Saba, 24,25] en ook : “En twist met de mensen van het Boek slechts op de goede wijze; doch zeg tegen de onrechtvaardigen: Wij geloven in hetgeen ons is geopenbaard en hetgeen u is geopenbaard; en onze God en uw God is Eén; en aan Hem onderwerpen wij ons “ [De spin, 46].

Wij ontkomen dialoog niet, wij streven juist naar meer dialoog over bijvoorbeeld het volgende:

1. Anderen niet beoordelen op basis van intenties, wel op grond van wat ze doen.
2. In de dialoog mag men anderen niet belachelijk maken. Er moet een nette dialoog tot stand komen.
3. In de dialoog dient men niet te generaliseren.
4. In de dialoog dienen mensen niet verantwoordelijk gesteld te worden voor iets dat ze niet gedaan hebben.
5. In de dialoog dienen religieuze en politieke termen niet buiten hun context gebruikt te worden.

In het kader van de dialoog eisen we ook:

1. Respect voor de culturele diversiteit.
2. Gelijke dialoogkansen voor iedereen, zodat niemand zich geminacht voelt.
3. De dialoogdeelnemers moeten voldoende kennis hebben over het onderwerp van de dialoog.
4. Zich altijd wenden tot de rede.
5. Anderen leren kennen via de dialoog.

Sheikh Al-Khammar al-Bakkali is voorzitter van de Vereniging van Imams in Nederland

Workshops

Workshop 1
onder leiding van Hanneke Gelderblom

Kernpunten
1) Moeten wij conflicten die daar spelen oplossen voordat wij hier op een goede manier kunnen samenwerken om problemen die hier spelen aan te pakken?
2) Ontwikkelingen en spanningen daar houd je niet buiten de deur. Die komen via tv en sociale media dagelijks binnen. Je zal er dus wel wat mee moeten
3) Speelt zeker bij moslimjongeren. Die zijn veel bezig met Syrië en Palestina. Je hoeft het oog niet op te lossen, maar wel benoemen en bespreekbaar maken. Er voor weglopen werk averechts
4) Belangrijk is daarbij dat deze jongeren het gevoel krijgen er bij te horen, niet uitgesloten worden en onderdeel uit te maken van een inclusieve samenleving
5) En dat gebeurd ook. Bijvoorbeeld in de Soennah moskee in Den Haag. Het bestuur belde met de eigenaar van het joodse restaurant in Amsterdam om hem een hat onder de riem te steken. Het telefoonnummer kwam via Lody van de Kamp die de moskee op zijn beurt openlijk had gesteund na bedreigingen. De dynamiek die er uit die contacten voortkwam was eerst wat onwennig, maar inmiddels is er veel ijs gebroken.
6) Beeldvorming is belangrijk. Waarom zit ‘de halve Tweede Kamer’ na het incident te eten in het joodse restaurant in Amsterdam, terwijl we niemand zien nadat er een molotovcocktail naar een moskee wordt gegooid?
7) Veel van de steun blijft ook onzichtbaar. Dat heeft ook te maken met strategie. Want is het geen koren op de molen van Pegida om extra aandacht te genereren voor hun verwerpelijk actie, zoals die onlangs in Enschede? In de luwte is daar door het project Bruggenbouwers een grote solidariteitsactie opgezet voor de moskee in aanbouw. Maar daar is geen media bijgehaald.
8) Het is een ingewikkelde discussie hoe om te gaan met de media. In algemene zin geldt voor hen: goed nieuws is geen nieuws, dus aandacht voor een bijeenkomst als die van vandaag is moeilijk te genereren.
9) Pleidooi is er om je niet zozeer te richten op de traditionele media, maar veel meer op twitter, facebook en instagram, weblogs en andere sociale media. Daar kan je het positieve verhaal zeker kwijt en het podium daarop groeit.
10) Daarnaast een advies om namens de deelnemende religies aandacht te vragen voor de interreligieuze dialoog en aanverwante activiteiten bij de omroepen/programma’s die daarover moeten berichten. Zij staan daar volgens een deelnemer die zelf bij de omroepen actief is zeker voor open en willen daar graag aandacht aan besteden.
11) Probleem om jonge/nieuwe woordvoerders voor organisaties of actieve participanten in het politiek en maatschappelijke debat over heikele onderwerpen in de samenleving in ‘de islamitische gemeenschap’ te vinden is dat zij vaak een bepaalde angst hebben wat die rol voor uitwerking kan hebben op hun maatschappelijke carrière.
12) Staar je niet blind op de rol van de media of van de politiek. Daar moeten we niet teveel van verwachten.
13) Dialoog gaat die om overtuigen of bekeren, het gaat om het zoeken naar overeenkomsten. Als wij het niet kunnen, wat verwachten we dan van degenen die er verder vanaf staan.
14) Het gaat dus om het bij ons verhaal betrekken van het grote grijze midden. Die mensen horen we niet, maar zij geloven niet in de extremen van beide kanten.
15) Dat is zeker niet alleen een taak voor de religieuze leiders, maar moet vooral van onderop worden georganiseerd, vanuit de gemeenschappen die inzetten op gezamenlijkheid.
16) Kan ook heel klein in een 1 op 1 gesprek, treedt naar buiten, stel je open op begin klein en verhoudt je tot de ander.
17) We moeten daarbij focussen op de optimisten, die mee willen doen.
18) Maar daar zit ook een andere kant aan. Hoe betrek je bijvoorbeeld jongeren met een pessimistische visie. We moeten niet normatief zijn in de benadering van hen, dat werkt niet. Direct inzetten op binding is normatief. Geef ze eerst een podium als uitlaatklep om die negatieve ervaringen en gevoelens kwijt te kunnen. Vervolgens kan je wellicht dat gesprek wel aan gaan.
19) Erken diversiteit en verschil
20) Praktisch boorbeeld hoe het wel kan: in een ‘witte’ straat in Slotermeer (Amsterdam Nieuw-West) staat een ‘zwarte’ school. Er ontstonden wat problemen die door veel van de ‘witte’ bewoners aan de schoolpopulatie werden toegeschreven en waar over en weer geen normaal gesprek over was te voeren. Een paar ‘witte’ bewoners hebben de school benaderd, zijn in gesprek geraakt en zijn een soort cursussen discussiëren kan je leren voor de leerlingen gaan organiseren. Nu is de kou uit de lucht en is de relatie sterk verbeterd.
21) Zet in op een netwerk in de buurt of wijk waar je elkaar kent en weet te vinden, in goed en in slechte tijden.
22) We moeten ook erkennen dat de rol van religie in de samenleving wordt geproblematiseerd. Het secularisatieproces wordt door velen omarmd en er is op z’n minst nogal wat scepsis over de komst van een nieuwe religie (de islam) en de institutionalisering daarvan in Nederland. Dat heeft ook zijn effect op de perceptie van interreligieuze dialoog. Maak dus duidelijke dat ook atheïsten of andersdenkenden hier op hun manier in mee kunnen draaien en denken. Het gaat om het bespreekbaar maken van onderwerpen waar de samenleving iets van vindt en mee moet. Die hoe dan ook geagendeerd worden
23) Probleem van imams die niet in het Nederlands preken en de Nederlandse context niet kennen werd uitvoering gesproken. Het idee is dat daar verandering in komt, maar het gaat wel (te) langzaam. Benadrukt werd ook dat theologische kennis erg belangrijk blijft.
24) Er moet aan de zichtbaarheid van organisaties als de UMMON en het CMO (wat doen ze?) worden gewerkt.
25) Het gaat niet alleen om aanspreken, maar ook om aanspreekbaar zijn.

Workshop 2
Onder leiding van Klaas van der Kamp

Vragen

0. Wie is wie?

1. Reacties op de drie presentaties.

2. Hebben we voldoende contactmomenten met mensen die echt anders zijn? Geeft u zichzelf eens een rapportcijfer.

3. Is er in onze eigen religie ruimte voor mensen die bewust een ander geloof hebben; hebben die anderen deel aan Gods Koninkrijk?

4. Wat vindt u van de gedachte dat hemel en aarde niet heel ver weg pas bij elkaar komen, maar direct hier en nu in degene die naast ons leeft?

5. Noem één persoon die u gaat vertellen over wat u vandaag hebt meegemaakt; en wat gaat u hem of haar zeggen?

Workshop 3
Onder leiding van Mohamed Ajouaou

Stellingen
I. De oproep tot vriendschap met andersgelovigen is een loze kreet.
II. Alles wat je zegt heeft geen zin, als het niet begint bij jezelf.

Ad.I.:

Eens, want:
– vriendschap ontstaat na een lang proces. Daarom is solidariteit als eerste stap van belang.
– de vrijdagmiddagpreken gaan over gedrag, hoe om te gaan met je naasten / je buren. Het is de verantwoordelijkheid van gelovigen om dat om te zetten in concrete daden en activiteiten. Doen ze dat niet, dan blijft het een loze kreet.

Niet eens, want:
– eens, want ook God begon met een oproep aan de mensen, omdat God het vertrouwen heeft dat de mensen dit zullen gaan oppakken. Ook dit UMMON-congres is een oproep en laten wij dit gaan oppakken. Er spreekt hoop uit, net als bij de oproep van God aan de mensen.
– deze oproep en de loze kreet horen en de tweede stelling: alles begint bij jezelf.
– laten de loze kreten maar komen, ze kunnen ook stimuleren om zelf concreet te beginnen.
– vroeger leefden joden, christenen en moslims meer gescheiden van elkaar. In die tijd was het begrijpelijk dat men voorzichtig was naar de andere religies toe. Dit is ook in de teksten van de heilige boeken terecht gekomen. Nu leven we met elkaar samen en vormen deze teksten een drempel, waar we overheen moeten. Daarnaast kunen we veel meer gaan kijken naar de teksten die de verbinding zoeken.
– laten we vooral klein beginnen.

Ad.II:

– als beginvraag: hoeveel vrienden met een andere religie hebben we?
– wat is vriendschap? Laten we het begrip in elk geval oprekken tot een goede verhouding met de mensen om je heen, waarvan de kring steeds groter wordt.

Vervolgens komen de problemen m.b t het ontwikkelen van vriendschap op tafel:

– hoe kan je de angst die we voor elkaar hebben omzetten in vertrouwen? Gezamenlijke activiteiten opzetten helpt hierbij in elk geval.
– wat doe je als jij wel vriendschap wil, maar dat die van de andere kant niet beantwoord wordt? Wat kan hier achter zitten? Ook je eigen religie?
– Belangrijk is ook de aandacht voor de verschillende contexten. Waarom is het voor ons in onze context belangrijk om dit soort vriendschappen te hebben? En waarom beantwoord iemand vanuit een andere context die niet? Creativiteit en niet te snel teleurgesteld zijn, en niet al te snel oordelen, zijn hierbij van belang.
– hoe werkt het door in de identiteit van Marokkaanse kinderen als ze door de week naar een Nederlandse school gaan en op zondag lessen krijgen in de moskee? Geconstateerd wordt dat christelijke en joodse kinderen hetzelfde probleem hebben.
-alles begint bij jezelf. Maar ik heb vrienden in eigen kring en aan de kant van de moslims nodig die dit ook doen ter stimulering, maar ook als vangnet om de dilemma’s die in die vriendschappen ontstaan samen goed te kunnen bespreken.
– laten we ook aandacht hebben voor de Nederlanders die soms een hele kleine minderheid zijn geworden in hun eigen wijk.
– ik heb geleerd dat het belangrijk is om medemensen niet langer te bekijken vanuit hun etniciteit of godsdienst, maar vooral als medemens. Daarom ben ik veel meer bevriend geraakt met mezelf.
– we zijn de verwondering over elkaar kwijtgeraakt.

Tot slot: vriendschap is geen product, maar een proces, waar veel geduld en doorzettingsvermogen voor nodig is.

Kernpunten uit het slotdebat

1) Diversiteit binnen islam de wordt volgens Rasit Bal problematisch gedefinieerd: in het Midden-Oosten lijkt het een synoniem voor oorlog; hier kiezen moslims er uit defensieve overwegingen (de eigen burchten verdedigen en zich daarin terugtrekken) voor om die rijke diversiteit niet te benoemen en te spreken over één islam en één traditie.
2) Er is verschil dat is het uitgangspunt, luisteren is daarom heel belangrijk.
3) Integreren is niet gelijk aan assimileren. Wat kan je allemaal houden van wat je meeneemt en wat geef je op. Integratie zou een proces moeten zijn dat van twee kanten komt. Ergens op de brug vind je elkaar. Daar is in Nederland al lang geen sprake meer van.
4) Velen vinden de discussie over integratie achterhaald. We praten over de tweede, derde en vierde generatie, die hier is geboren en getogen. Als we het dan over integratie hebben, dan liever over de harde indicatoren zoals werk.
5) Samen werken, samen wonen, samen leven; stop met focussen op het negatieve.

Concrete voorstellen
1) Abrahams dialoog; 2 geloven op één kussen
2) De UMMON zou een brief moeten schrijven aan alle aangesloten moskeeën met de boodschap dat zij contact in hun directe omgeving moeten leggen met kerken/christelijk netwerken zodat ze kunnen bekijken wat ze gezamenlijk voor hun buurt kunnen doen (dat geldt ook voor kerken richting moskeeën).
3) De UMMON pakt dat op en doet dat graag vanuit OJCM-verband
4) Laat met Kerst iedereen felicitaties naar buren of kennissen sturen. (dat geldt natuurlijk net zo goed andersom voor het Suiker- of Offerfeest of joodse feestdagen)
5) Probeer positieve berichten die vanuit onze netwerken komen aandacht te geven via social media. Zo kan er iets positiefs gepost worden over deze bijeenkomst via twitter, facebook of instagram of een bericht geplaatst worden op de eigen site of (we)blog
6) Organiseer een Bijbel/Koran quiz (was in Roozendaal een groot succes)
7) Laat kerken moslims uitnodigen bij het sociale gedeelte van Kerst, net zoals moslims dat doen tijdens de Iftar in of als afsluiting van de Ramadan
8) In Den Haag wordt een kalender gemaakt met alle religieuze feestdagen er op, zodat daar geen onduidelijkheid meer over hoeft te bestaan (voorbeeld klassenfoto die gemist werd door islamitische leerling vanwege feestdag)
9) Ga van nationaal vooral ook naar lokaal
10) Bespreek ook de heikele punten; ga die vooral niet uit de weg. Jongeren willen dat ook, maar niet vanuit het idee dat het gelijk moet zijn opgelost. Het betrekken van jongeren bij dit netwerk is van cruciaal belang.
11) Mediastrategie is belangrijk
12) Het Breed Interreligieus Overleg (BIO in Amsterdam) gaat samen met de HvA kijken of ze een positieve social-media campagne kunne opzetten
13) Interreligieus koor
14) Meet-up; #medelander
15) OJCM gaat zondagmiddag 10 december om 13.00 uur lunchen in het joodse restaurant HaCarmel de Amstelveenseweg. Wie mee wil is welkom.

In de slotsessie op 10 december werden de volgende aanbevelingen gedaan:

1. Heikele kwesties in de interreligieuze dialoog niet uit de weggegaan. Het is belangrijk dat dit in een vertrouwde omgeving bespreekbaar wordt gemaakt. Dat vraagt om het investeren in onderlinge relaties. Aan geestelijke leiders wordt de oproep gedaan zich onderling over die heikele punten te onderhouden, met als doel intern en waar mogelijk onderling daarover het gesprek aan te gaan.

2. Richting Overlegorgaan Joden, Christenen en Moslims (OJCM):
* Om het initiatief te onderzoeken – indien mogelijk in samenwerking met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) – om een landelijke conferentie te organiseren, waarin plaatselijke interreligieuze dialoog- en samenwerkingsinitiatieven een platform krijgen om zich te presenteren en ervaringen uit te wisselen.
* Om de mogelijkheden te onderzoeken voor het opzetten van een jongerentak van OJCM
* Om na te gaan hoe het belang van de interreligieuze dialoog in het levensbeschouwelijk onderwijs binnen de eigen organisaties versterkt kan worden.
* Om te verwelkomen dat er vanuit de gemeenschappen woordvoerders voorgedragen worden die proactief contact onderhouden over de ontwikkelingen binnen de interreligieuze dialoog- en samenwerkingsinitiatieven met media en overheid.

Ten slotte:
De UMMON heeft het voornemen om in oktober 2018 – al dan niet met andere samenwerkingspartners – een vervolgconferentie te organiseren waar bovenstaande aanbevelingen zullen worden geëvalueerd.

Bijlage 1:

Bouwstenen voor interreligieuze dialoog en samenwerking

Indrukken van Bert de Ruiter

Wat is interreligieus dialoog/samenwerking?
Met interreligieuze dialoog bedoelen we gesprekken tussen individuele gelovigen van uiteenlopende religieuze tradities over hun persoonlijk geloof (inhoud en beleving) en de maatschappelijke relevantie ervan.
Door dergelijke gesprekken:
• neemt je kennis van en het respect voor het geloof van de ander toe;
• kunnen wederzijdse vooroordelen en misvattingen worden weggenomen
• ontstaat wederzijds begrip.
Dit kan leiden tot vriendschappelijke relaties die de basis leggen voor interreligieuze samenwerking ten behoeve van de sociale cohesie in de straat, de wijk, de samenleving en de wereld en het bestrijden van gemeenschappelijke problemen, zowel lokaal als internationaal.

Het belang van interreligieuze dialoog
• Het versterkt de maatschappelijke cohesie en bevordert een harmonieuze samenleving en draagt bij aan een begripvolle samenleving en wereldvrede;
“Interreligieuze dialoog is een noodzakelijke voorwaarde voor vrede in de wereld en daarom is het een plicht zowel voor christenen als voor andere godsdienstige gemeenschappen.” (Paus Franciscus)
• Het voorkomt dat internationale incidenten lokale spanningen veroorzaken (zoals b. het ingooien van een ruit bij een Joods restaurant in Amsterdam, vanwege het besluit van Amerika om hun ambassade te verhuizen naar Jeruzalem, begin december 2017).
• Het legt een basis voor samenwerking in het aanpakken van maatschappelijke vraagstukken en wereldproblematiek (b.v. radicalisering en extremism, armoede, sociale gerechtigheid, milieu);
• Inspiratie en voorbeeld voor de volgende generatie toe (workshop Klaas)

De voorwaarden voor interreligieuze dialoog

Waarheid en liefde in balans
Waarheid en liefde horen bij elkaar. Omwille van ‘de lieve vrede bewaren’ de waarheid geweld aan doen is niet een goed uitgangspunt voor interreligieuze dialoog en samenwerking. Bij interreligieuze gesprekken, gevoerd in liefde en met respect, mag wat mij betreft de waarheidsvraag best gesteld worden. Het zou maar kunnen dat in het samenspreken en samenwerken met mensen die een andere waarheid aanhangen, het zicht op de ultieme waarheid duidelijker wordt.
Hierbij past een instelling van bescheidenheid en verdraagzaamheid in het besef dat interreligieus gesprekken ontmoetingen zijn van gelovigen, niet van religies.
Dit is een belangrijk onderscheid. Religies zijn abstract, tijdloos, boven cultuur verheven. Gelovigen zijn mensen van vlees en bloed, die hun religie handen en voeten, oren en ogen geven. Ik kan theedrinken met gelovigen, niet met religies. Ik kan leren over de Islam als godsdienst, maar in het dagelijks leven heb ik te maken met een moslim, die zijn/haar Islam vormgeeft.
Bij interreligieuze ontmoetingen is het belangrijk om te leren vanuit jezelf te spreken (b.v. “Ik vind…. In plaats van vanuit gemeenschappelijke opvattingen en algemeenheden (b.v. “In de Koran staat…).
Bij interreligieuze ontmoetingen ontmoeten gelovigen elkaar in de eerste plaats als medemens, als schepsel en beelddrager Gods, niet in de eerste plaats als vertegenwoordiger van een religie. Tegelijkertijd hoeven we in interreligieuze ontmoetingen en samenwerking onze religie niet buiten te laten. We brengen deze mee naar de tafel, want het bepaalt in hoge mate onze identiteit, het vormt de basis van onze normen en waarden, en is het uitgangspunt van ons gedrag en keuzes.
Toespraak El Bakkali
• geen beschuldigingen uiten; niet bespottelijk maken; niet generaliseren gezamenlijke verantwoordelijkheid dragen; voorkomen van politieke termen; acceptatie van multi-culturele samenleving.
Dialoog gaat die om overtuigen of bekeren, het gaat om het zoeken naar overeenkomsten. Als wij het niet kunnen, wat verwachten we dan van degenen die er verder vanaf staan. (Workshop Hanneke)
Het gaat niet alleen om aanspreken, maar ook om aanspreekbaar zijn. (Workshop Hanneke)
Wees open; ga met elkaar in gesprek; durf ook de kwetsbare dingen met elkaar te bespreken (workshop Klaas)
– ik heb geleerd dat het belangrijk is om medemensen niet langer te bekijken vanuit hun etniciteit of godsdienst, maar vooral als medemens. Daarom ben ik veel meer bevriend geraakt met mezelf. (workshop Mohamed)
– we zijn de verwondering over elkaar kwijtgeraakt. (workshop Mohamed)

1. Dialoog op nationaal niveau vs. lokaal niveau
Er zijn diverse landelijke inter-religieuze dialoog platforms, bijvoorbeeld Overleg Joden, Christenen, Moslims
Er zijn diverse landelijke koepels die een afdeling hebben voor inter-religieuze dialoog, zoals Contactorgaan Interreligieuze Dialoog (CID) van de RK kerk; de Raad voor Kerken heeft een Beraadgroep Interreligieuze Ontmoeting
Er is een netwerk van plaatselijke inter-religieuze initiatieven (Geloven in SamenLeven)
Aktiepunten/vragen:
• Hoe bereik je het middenveld?
• Landelijke religieuze koepels, een gezamenlijke brief laten schrijven naar de verschillende achterbannen, waarin wordt opgeroepen om aandacht te hebben voor de mensen van de andere religies.
• Wellicht is het nodig om lokale netwerken beter in beeld brengen en waar nodig op te zetten.
• Is het niet een idee om vertegenwoordigers van locale initiatieven bij elkaar te brengen voor een expertmeeting en uitwisseling van ervaringen?
• Zet in op een netwerk in de buurt of wijk waar je elkaar kent en weet te vinden, in goed en in slechte tijden. (Workshop Hanneke)
• Er moet aan de zichtbaarheid van organisaties als de UMMON en het CMO (wat doen ze?) worden gewerkt.
• Het gaat dus om het bij ons verhaal betrekken van het grote grijze midden. Die mensen horen we niet, maar zij geloven niet in de extremen van beide kanten. Dat is zeker niet alleen een taak voor de religieuze leiders, maar moet vooral van onderop worden georganiseerd, vanuit de gemeenschappen die inzetten op gezamenlijkheid.

2. Dialoog/inter-religieuze samenwerking en internationale incidenten
De vraag werd gesteld of en zo ja, hoe internationale incidenten een plaats dienen te krijgen in landelijke of locale religieuze ontmoetingen (b.v. de kwestie Israel en Palestina)
Het is van belang om op te komen voor de belangen van de andere religie wanneer hun rechten worden geschonden.
• Moeten wij conflicten die daar spelen oplossen voordat wij hier op een goede manier kunnen samenwerken om problemen die hier spelen aan te pakken?
• Ontwikkelingen en spanningen daar houd je niet buiten de deur. Die komen via tv en sociale media dagelijks binnen. Je zal er dus wel wat mee moeten
• Speelt zeker bij moslimjongeren. Die zijn veel bezig met Syrië en Palestina. Je hoeft het oog niet op te lossen, maar wel benoemen en bespreekbaar maken. Er voor weglopen werk averechts

3. Dialoog en de maatschappelijke contekst

• Problematisering van diversiteit (lezing Rasit Bal)
• Beeldvorming is belangrijk. Waarom zit ‘de halve Tweede Kamer’ na het incident te eten in het joodse restaurant in Amsterdam, terwijl we niemand zien nadat er een molotovcocktail naar een moskee wordt gegooid? (Workshop Hanneke)
• Probleem om jonge/nieuwe woordvoerders voor organisaties of actieve participanten in het politiek en maatschappelijke debat over heikele onderwerpen in de samenleving in ‘de islamitische gemeenschap’ te vinden is dat zij vaak een bepaalde angst hebben wat die rol voor uitwerking kan hebben op hun maatschappelijke carrière. (Workshop Hanneke)
• We moeten ook erkennen dat de rol van religie in de samenleving wordt geproblematiseerd. Het secularisatieproces wordt door velen omarmd en er is op z’n minst nogal wat scepsis over de komst van een nieuwe religie (de islam) en de institutionalisering daarvan in Nederland. Dat heeft ook zijn effect op de perceptie van interreligieuze dialoog. Maak dus duidelijke dat ook atheïsten of andersdenkenden hier op hun manier in mee kunnen draaien en denken. Het gaat om het bespreekbaar maken van onderwerpen waar de samenleving iets van vindt en mee moet. Die hoe dan ook geagendeerd worden (Workshop Hanneke)
• Probleem van imams die niet in het Nederlands preken en de Nederlandse context niet kennen werd uitvoering gesproken. Het idee is dat daar verandering in komt, maar het gaat wel (te) langzaam. Benadrukt werd ook dat theologische kennis erg belangrijk blijft. (Workshop Hanneke)
• Religie als onderdeel van de samenleving: Zichtbaar zijn; In de schoonheid van diversiteit (workshop Klaas)
• Religie zichtbaar maken is niet evident: a. in de seculiere samenleving; b .islamofobie (workshop Klaas)
• – vroeger leefden joden, christenen en moslims meer gescheiden van elkaar. In die tijd was het begrijpelijk dat men voorzichtig was naar de andere religies toe. Dit is ook in de teksten van de heilige boeken terecht gekomen. Nu leven we met elkaar samen en vormen deze teksten een drempel, waar we overheen moeten. Daarnaast kunen we veel meer gaan kijken naar de teksten die de verbinding zoeken. (workshop Mohammed)

4. Dialoog/interreligieuze samenwerking en media
– het mediabeleid beter uitdenken: wanneer en waarom naar buiten treden en op welk moment?-media heeft over het algemeen geen oog voor goed nieuws van mooie inter-religieuze initiatieven, maar wel voor conflicten?
Niet wachten op media, zelf gebruik maken van media (social media, maar ook door persberichten, artikelen) om de positieve ontmoetingen voor het voetlicht te brengen.
• Veel van de steun blijft ook onzichtbaar. Dat heeft ook te maken met strategie. Want is het geen koren op de molen van Pegida om extra aandacht te genereren voor hun verwerpelijk actie, zoals die onlangs in Enschede? In de luwte is daar door het project Bruggenbouwers een grote solidariteitsactie opgezet voor de moskee in aanbouw. Maar daar is geen media bijgehaald.
• Het is een ingewikkelde discussie hoe om te gaan met de media. In algemene zin geldt voor hen: goed nieuws is geen nieuws, dus aandacht voor een bijeenkomst als die van vandaag is moeilijk te genereren.
• Pleidooi is er om je niet zozeer te richten op de traditionele media, maar veel meer op twitter, facebook en instagram, weblogs en andere sociale media. Daar kan je het positieve verhaal zeker kwijt en het podium daarop groeit.
• Daarnaast een advies om namens de deelnemende religies aandacht te vragen voor de interreligieuze dialoog en aanverwante activiteiten bij de omroepen/programma’s die daarover moeten berichten. Zij staan daar volgens een deelnemer die zelf bij de omroepen actief is zeker voor open en willen daar graag aandacht aan besteden.
• Staar je niet blind op de rol van de media of van de politiek. Daar moeten we niet teveel van verwachten.

5. Dialoog en heikele kwesties
In dialoog moeten heikele kwesties besproken kunnen worden; dit kan wanneer er een veilige omgeving is. (Enkele heikele kwesties die aan bod kwamen tijdens de conferentie van UMMON waren: integratie vs assimilatie; de problematisering van diversiteit; Palestina-Israel; islamitisch extremisme) Je moet elkaar de waarheid kunnen zeggen in liefde. In een dergelijke kontekst kun je elkaar aanspreken op niet gewenst gedrag.
“Hoe sterker de brug hoe meer gewicht het aan kan.”

6. De dialoog en ik
Vriendschappen sluiten met mensen van andere religies, want ook dat is een teken dat je geintegreerd bent.
“Het slagen van interreligieuze dialoog hangt af van wat ik zelf in de praktijk doe.” (Stelling bij een van de workshops)
“Oproep tot vriendschap met andersgelovigen is (g)een loze kreet.” (Stelling bij een van de workshops.
Begint bij jezelf
Ontwikkelen van duurzame vriendschapsrelaties met mensen van een andere religie.
Veel relaties onderhouden (workshop Klaas)
Goed met elkaar omgaan en echt met elkaar in gesprek gaan (niet via de sociale media)
vriendschap ontstaat na een lang proces. Daarom is solidariteit als eerste stap van belang. (workshop Mohamed)
– wat is vriendschap? Laten we het begrip in elk geval oprekken tot een goede verhouding met de mensen om je heen, waarvan de kring steeds groter wordt. (workshop Mohamed)
Vervolgens komen de problemen mbt het ontwikkelen van vriendschap op tafel:
– hoe kan je de angst die we voor elkaar hebben omzetten in vertrouwen? Gezamenlijke activiteiten opzetten helpt hierbij in elk geval. (workshop Mohamed)
Tot slot: vriendschap is geen product, maar een proces, waar veel geduld en doorzettingsvermogen voor nodig is.

7. Dialoog en jongeren/kinderen
Noodzakelijk om als landelijke platforms contact te hebben met jongeren en hen te betrekken bij inter-religieuze initiatieven en hun eigen inspanningen hieraan aan te moedigen. (b.v. Mo en Moos)
• Hoe betrek je bijvoorbeeld jongeren met een pessimistische visie. We moeten niet normatief zijn in de benadering van hen, dat werkt niet. Direct inzetten op binding is normatief. Geef ze eerst een podium als uitlaatklep om die negatieve ervaringen en gevoelens kwijt te kunnen. Vervolgens kan je wellicht dat gesprek wel aan gaan. (Workshop Hanneke)
• Belangrijk is daarbij dat deze jongeren het gevoel krijgen er bij te horen, niet uitgesloten worden en onderdeel uit te maken van een inclusieve samenleving
• Belang van religie onderwijs op (basis)scholen (workshop Klaas)
• hoe werkt het door in de identiteit van Marokkaanse kinderen als ze door de week naar een Nederlandse school gaan en op zondag lessen krijgen in de moskee? Geconstateerd wordt dat christelijke en joodse kinderen hetzelfde probleem hebben. (workshop Mohamed)

8. Intra- en inter-religieuze dialoog
Er is niet alleen een inter-religieuze dialog nodig, maar ook een intra-religieuze dialoog. Deze twee hebben met elkaar te maken. Een goede intra-religieuze dialoog zorgt ervoor dat zoveel mogelijk mensen ook betrokken kunnen zijn bij inter-religieuze dialoog.

9. Training in interreligieuze dialoog
Nauwelijks aan bod geweest, maar m.i. van belang

Toolkit
Studenten Levensbeschouwing ontwikkelen een toolkit voor het opzetten van een interreligieus dialoog en het stimuleren van wederzijdse nieuwsgierigheid onder joodse, islamitische en christelijke jongeren

Cursus “Om de lieve vrede” door Mijke Jetten
10. Best Practices

• Bijvoorbeeld in de Soennah moskee in Den Haag. Het bestuur belde met de eigenaar van het joodse restaurant in Amsterdam om hem een hat onder de riem te steken. Het telefoonnummer kwam via Lody van de Kamp die de moskee op zijn beurt openlijke had gesteund na bedreigingen. De dynamiek die er uit die contacten voortkwam was eerst wat onwennig, maar inmiddels is er veel ijs gebroken. (Workshop Hanneke)
• In een ‘witte’ straat in Slotermeer (Amsterdam Nieuw-West) staat een ‘zwarte’ school. Er ontstonden wat problemen die door veel van de ‘witte’ bewoners aan de schoolpopulatie werden toegeschreven en waar over en weer geen normaal gesprek over was te voeren. Een paar ‘witte’ bewoners hebben de school benaderd, zijn in gesprek geraakt en zijn een soort cursussen discussiëren kan je leren voor de leerlingen gaan organiseren. Nu is de kou uit de lucht en is de relatie sterk verbeterd. (Workshop Hanneke)

11. Praktische suggesties

• Samen vieren: – rondom religieuze feestdagen: mensen van andere religies uitnodigen bij daarvoor geschikte activiteiten en elkaar een officiële felicitatie sturen
• blind-dating van groepen jongeren uit de verschillende religies
• een maatjes-project van imams – predikanten – (en rabbijnen)
• Bijbel en Koran quiz
• Andere best practices in kaart brengen
• Abraham-dialoog (Amsterdam Oost) ‘twee geloven op een kussen’

Bijlage 2:

40 jaar Unie van Marokkaanse Moslimorganisaties in Nederland

De Unie van Marokkaanse Moslimorganisaties in Nederland (UMMON) is één van de weinige landelijk opererende Marokkaans-islamitische koepelorganisaties. De Unie werd officieel opgericht in 1982, maar was al actief vanaf 1977. Twee van de oprichters – Driss El Boujoufi en Mohamed Echarrouti – vertelden daarover:
“In 1974 waren er niet alleen in Utrecht maar ook in Amsterdam en andere gemeenten inmiddels Marokkaanse moskeeën opgericht. Omdat er altijd problemen waren met het vaststellen van gebedstijden en vasten en dergelijke kwamen we bij elkaar met meerdere moskeebestuurders in Utrecht in 1977. Voor het beginnen van het vasten kozen we voor Saoedi-Arabië, omdat dat beter uit kwam. In Marokko ging de maan 2 uur later onder – dan vielen wij al in slaap. In 1977 ontstond het idee om samen te gaan werken met de voor ons toen 20 bekende Marokkaanse moskeeën.”

Bij de UMMON zijn (gemiddeld) zo’n 90 Marokkaanse moskeeën aangesloten. De UMMON stimuleert de samenwerking en de coördinatie tussen de bij haar aangesloten moskeeën en treedt namens hen op als woordvoerder of intermediair naar Nederlandse en buitenlandse overheden. Het bestuur van de UMMON heeft geen invloed op het beleid van de aangesloten organisaties en uitsluitend een adviserende en ondersteunende rol. Officieel is het een vereniging, maar de UMMON heeft geen geregistreerde leden.

Losse structuur
De mate van verbondenheid van de afzonderlijke moskeeën bij de UMMON varieert in de dagelijkse praktijk. Aan de ene kant heeft dat te maken met de weinig hiërarchische en losse organisatiestructuur binnen ‘de’ Marokkaanse gemeenschap. Organisaties hebben de traditionele neiging hun onafhankelijkheid te willen bewaren en liever op ad-hoc basis samen te werken. Anderzijds draait het om het belang dat organisaties denken te kunnen hebben bij ‘lidmaatschap’ van de UMMON.

Zo wordt de meerwaarde van de UMMON breed erkend en gewaardeerd bij zaken als inzamelingsacties voor goede doelen, de coördinatie van de komst van imams uit Marokko tijdens de Ramadan en onderhandelingen met de overheid over onder andere zendtijd op radio en televisie voor moslims, islamitische geestelijke verzorging in ziekenhuizen, het leger en penitiaire inrichtingen, en facilitering van projecten en activiteiten op relevante maatschappelijke thema’s.

Belangenbehartiger
Om die belangenbehartigende functie effectief te kunnen invullen participeerde de UMMON vanaf het begin af aan bewust, overtuigd en actief in diverse samenwerkingsverbanden van moslims in Nederland. Voorbeelden daarvan zijn de Islamitische Omroep Stichting (IOS), het Islamitisch Landelijk Comité (ILC) en de Islamitische Raad Nederland (IRN). Andere, kortdurende connecties ontstonden naar aanleiding van een specifieke gebeurtenis, zoals de Samenwerkende Moskee Organisaties Nederland (SMO) na de aanslagen van 9/11 in 2001. Pas met de komst van het mede door de UMMON opgerichte Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) in 20004 is er sprake van officiële erkenning door de overheid van een representatieve islamitische gesprekpartner.

Als al dan niet erkende gesprekpartner heeft de UMMON – vaak op de achtergrond – een essentiële rol gespeeld bij het beheersen of voorkomen van spanningen in de Nederlandse samenleving naar aanleiding van ingrijpende nationale en internationale gebeurtenissen. Daarbij valt onder meer te denken aan de reacties op de Fatwa van Khomeini tegen Salman Rushdie, de eerste Golfoorlog, 9/11, de moord op Theo van Gogh, de film Fina van Geert Wilders en terroristische aanslagen uit naam van de islam, zowel in het Westen als in de islamitische wereld.

Zo kregen lokale en landelijke politieke leiders een podium om in aangesloten moskeeën de Nederlands-Marokkaanse gemeenschap toe te spreken. In media-interviews benadrukte de UMMON het belang van het bewaren van rust en plaatste de vaak ingrijpende gebeurtenissen in een voor de achterban begrijpelijke context.

Samenwerkingsprojecten
Daarnaast heeft de UMMON in de afgelopen 40 jaar in samenwerking met uiteenlopende partners een breed scala aan projecten en activiteiten opgezet en uitgevoerd, die inhoudelijk vaak raken aan het snijvlak tussen religie en samenleving. Voorbeelden daarvan zijn cursussen maatschappelijke oriëntatie voor imams (1992), het opzetten van een Nederlandse imamopleiding, de rol van moskeeën bij het bespreekbaar maken en voorkomen van radicalisering en polarisatie en het agenderen van het belang van een maatschappelijke en religieus tegengeluid als reactie op de opkomst van Da’esh.

Wanneer projecten en activiteiten gefaciliteerd worden door de overheid is er aandacht voor de scheiding tussen kerk en staat. Bij gevoelige thema’s als processen van radicalisering is altijd oog voor de taak die de overheid heeft in het bestrijden van uitsluiting en discriminatie én voor de eigen verantwoordelijkheid in het tegengaan van isolement en extremisme.

Interreligieuze dialoog
De UMMON is sinds jaar en dag een belangrijke partner in de interreligieuze samenwerking en dialoog. Naar aanleiding van de dreigende Eerste Golfoorlog kwamen op initiatief van de UMMON al in 1990 belangrijke vertegenwoordigers van de Joodse en Marokkaanse gemeenschap samen om de situatie en de potentiële gevolgen daarvan in Nederland te bespreken. Inmiddels krijgt de relatie vorm door het gezamenlijk optrekken in het Overleg Joden, Christenen en Moslims (OJCM). De UMMON gelooft in de kracht van die dialoog en in de meerwaarde van het gesprek en hoopt daar de komende jaren intensief in de kunnen blijven investeren.